benor

Betonspecificatie volgens NBN EN 206-1

Hoe een beton voorschrijven?

Door te eisen dat het beton voldoet aan de normen
NBN EN 206-1 en NBN B15-001
en door de vijf basiseisen vast te leggen, eventueel vervolledigd met aanvullende eisen.

Omgevingsklasse E Kies in de tabel de omgeving die overeenstemt met het betreffende constructiedeel

Omgevingsklasse
Ongewapend beton

Gewapend beton
of voorgespannen beton

Klasse Beschrijving Voorbeelden

Minimale
sterkteklasse

Cmin W/Cmax Minimale
sterkteklasse
Cmin W/Cmax
E0 Niet schadelijk   C 12/15 of C 8/10(1) - 1,00 of 1,50(1) Niet van toepassing
E1 Binnenomgeving Binnenkant van woningen en kantoren C 12/15 - 1,00 C 16/20 260 0,65
EE Buitenomgeving
EE1 Geen vorst Fundering onder vorstgrens C 12/15 - 1,00 C 20/25 280 0,60
EE2 Vorst, geen contact met regen Overdekte open parkeergarage, kruipkelder, open doorgang in gebouw C 23/30 300 0,55 C 25/30 300 0,55
EE3 Vorst, contact met regen Buitenmuur, in contact met regen C 23/30 300 0,55 C 30/37 320 0,50
EE4 Vorst en dooizouten (aanwezigheid van dooizouthoudend water(2) Delen van weginfrastructuur zonder eis i.v.m. het ingesloten luchtgehalte C 35/45 340 0,45 C 35/45 340 0,45
Delen van weginfrastructuur met eis i.v.m. het ingesloten luchtgehalte C 25/30 320 0,50 C 30/37 340 0,45
ES Zeeomgeving
  Geen contact met zeewater, wel contact met zeelucht (tot 3 km van de kust) en/of brak water
ES1 Geen vorst Fundering onder vorstgrens in contact met brak water C 20/25 280 0,60 C 30/37 320 0,50
ES2 Vorst Buitenmuur van gebouw aan kust in contact met regen C 25/30 300 0,55 C 30/37 320 0,50
  Contact met zeewater
ES3 Ondergedompeld   C 25/30 300 0,55 C 35/45 340 0,45
ES4 Getijden- en spatzone su(2) Kaaimuren - zonder eis i.v.m. het ingesloten luchtgehalte C 35/45 340 0,45 C 35/45 340 0,45
Kaaimuren - met eis i.v.m. het ingesloten luchtgehalte C 25/30 320 0,50 C 30/37 340 0,45
EA(3) Agressieve omgeving (Er moet een cement HSR - overeenkomstig NBN B12-108 - gebruikt worden indien het sulfaatgehalte > 500mg/kg in water en > 3000 mg/kg in grond + eventueel bijzondere studie).
EA1 Zwak agressieve chemische omgeving C 25/30 300 0,55 C 25/30 300 0,55
EA2 Middelmatig agressieve chemische omgeving C 30/37 320 0,50 C 30/37 320 0,50
EA3 Sterk agressieve chemische omgeving C 35/45 340 0,45 C 35/45 340 0,45
(1)Enkel voor uitzonderlijke toepassingen in ongewapend beton, zoals bijvoorbeeld zuiverheidbeton voor funderingen
(2)Beton zonder toegevoegde lucht behalve indien opgelegd door de voorschrijver
(3)Indien nodig, mag een omgevingsklasse EA gecombineerd worden met een andere, relevante omgevingsklasse. Voorbeeld: EA1 en EE3 voor een element in een licht agressieve omgeving en blootgesteld aan vorst en regen
 

Druksterkteklasse Cx/y

De druksterkteklasse legt de karakteristieke druksterkte op die na 28 dagen bereikt moet worden op controleproefstukken die bewaard worden bij 20°C en een R.V. groter of gelijk aan 95%. De waarden worden uitgedrukt in N/mm2. De eerste waarde stemt overeen met de druksterkte op cilinders (diameter = 150mm en h = 300mm) en de tweede met de druksterkte op kubussen (150mm zijde).

Druksterkte
klasse

Minimale karakteristieke
druksterkte (N/mm2 )
Druksterkte
klasse
Minimale karakteristieke
druksterkte (N/mm2 )
op kubussen 150mm zijde op kubussen 150mm zijde
C8/10
10
C45/55 55
C12/15
15
C50/60
60
C16/20
20
C55/67
67
C20/25
25
C60/75
75
C25/30
30
C70/85
85
C30/37
37
C80/95
95
C35/45
45
C90/105
105
C40/50
50
C100/115
115
Nota: voor licht beton (kleiner of gelijk aan 2000kg/m3 ) zijn andere sterkteklassen van toepassing(LCx/y zie norm)

Nominale grootse korrelafmeting Dmax

Kies de nominale grootste korrelafmeting Dmax van de granulaten uit de volgende reeks:
Dmax(mm)
6
8
10
11
12
14
16
20
22
32
40
45
63
benor_granulaten1.gif

Aanbevolen wordt om Dmax niet hoger te kiezen dan:

  • 1/5 a (a: kleinste afstand tussen de bekistingswanden of vloerdikte)
  • 3/4 b (b: kleinste afstand tussen de bewapeningsstaven)
  • 1,5 b' (b': afstand tussen de bewapeningsstaven ter hoogte van de wapeningslassen)
  • c (c: betondekking)
  • 2/5 e (e: dikte van de opstortlaag van een samengestelde vloer)
benor_granulaten2.gif

Gebruiksdomein

Geef aan of het beton ongewapend, gewapend of voorgespannen is. Het gebruiksdomein en de omgevingsklasse bepalen de duurzaamheidseisen waaraan het beton moet voldoen.
OB
Ongewapend beton Chloridegehalte beperkt tot 1,0%
GB
Gewapend beton Chloridegehalte beperkt tot 0,40%
VB
Voorgespannen beton Chloridegehalte beperkt tot 0,20%

Consistentieklasse

Kies de consistentie (vloeibaarheid) van het beton rekening houdend met de verwerkingsmiddelen, de complexiteit en afmetingen van de bekisting en de dichtheid van de wapening.
Klasse S Zetmaat (Adamskegel) (mm) Klasse F Schudmaat (flow) met de schoktafel (mm) (1)
S1
10 tot 40
F1
kleiner dan of gelijk aan 340
S2
50 tot 90
F2
350 tot 410
S3
100 tot 150
F3
420 tot 480
S4
160 tot 210
F4
490 tot 550
S5
groter dan of gelijk aan 220(2)
F5
560 tot 620
 
F6
groter dan of gelijk aan 630 (2)
(1) De schoktafelproef van de norm EN 12350-5 stemt niet overeen met de vroegere, gebruikelijke Belgische schoktafelproef.
(2) De meting van de schudmaat of zetmaat wordt niet aanbevolen voor zeer vloeibare mengsels

Aanvullende eisen (facultatief)

In bijzondere gevallen kunnen aanvullende eisen gesteld worden betreffende bijvoorbeeld:

  • de betonsamenstelling (bestanddelen, dosering, oorsprong, ...)
  • de eigenschappen van het vers beton (bindingsvertragers, versnellers, waterdichtheidsmiddelen, luchtgehalte, ...)
  • de verwerking (pompbeton)
  • de eigenschappen van het verhard beton.  

 

bedrijf_benor_logo.gif

Eis steeds het BENOR kwaliteitsmerk voor uw beton. Het BENOR-merk garandeert dat het beton voldoet aan uw eisen en is de beste waarborg voor de kwaliteit en duurzaamheid van al uw betonconstructies.